Wolff weerlegt claim over magere seizoenen
In dit artikel:
Mercedes heeft sinds de invoering van het ground effect-reglement in 2022 niet kunnen terugkeren naar de absolute top van de Formule 1. Waar het team tussen 2014 en 2020 vrijwel onverslaanbaar was en in 2021 nog de constructeurstitel pakte, leverde de periode 2022–2025 slechts beperkte successen op: de W13 en W14 met hun extreem smalle sidepods bleken geen goed concept en de auto's leden bovendien onder porpoising. Het resultaat was mager: zeven Grand Prix-overwinningen en geen wereldtitels.
Veel buitenstaanders schrijven die terugval toe aan het nieuwe budgetplafond, dat de grote teams dwingt fors minder uit te geven dan vroeger. Critici stellen dat Mercedes door de financiële limieten niet meer kon investeren om snel te herstellen van ontwerpfouten. Teambaas Toto Wolff verwerpt die lezing: hij zegt dat het plafond bedoeld is om het speelveld gelijker te maken en dat teams als Red Bull en Ferrari over vergelijkbare middelen beschikken, dus dat een simpel 'uitkopen' van problemen geen realistische verklaring is.
Wolff benadrukt dat, los van geld, de sport uiteindelijk draait om talent en techniek: de beste combinatie van coureur en auto wint, en in deze periode waren dat anderen. Hij noemt ook McLaren, Red Bull en Ferrari als voorbeelden van concurrentie die meebepalen wie vooraan rijdt.
Kortom: Mercedes’ malaise sinds 2022 is volgens het team eerder het gevolg van ontwerpkeuzes en prestaties dan louter van het budgetplafond. De discussie over oorzaken blijft echter politiek beladen binnen de Formule 1, omdat financieën, ontwikkelingstempo en reglementen samen bepalen welke teams sneller herstellen.