Senna kroont zich tot onbetwiste koning van Monaco na defensieve masterclass - terugblik
In dit artikel:
Op 31 mei 1992 leverde Ayrton Senna in Monaco een van de meest memorabele verdedigingsacties uit de Formule 1-geschiedenis af, door Nigel Mansell in zijn dominante Williams FW14B nipt van de zege te houden. Het seizoen van Mansell draaide om totale overheersing: vijf opeenvolgende zeges en een comfortabel puntenvoordeel (50 punten, ver voor teamgenoot Riccardo Patrese) maakten hem grote favoriet voor de zesde race van het jaar. In de kwalificatie pakte Mansell met 1:19.495 de pole, ruim een seconde sneller dan Senna.
Tijdens de wedstrijd bouwde Mansell een ruime voorsprong op en leek de zesde overwinning op rij een formaliteit. Met nog tien ronden te gaan had hij een halve minuut voorsprong, maar in ronde 70 voelde hij een vibratie achterin zijn auto en dook uit voorzorg naar de pits. Goodyear stelde later dat er geen lekke band was; vermoedelijk veroorzaakte een losgeraakte wielmoer de trilling. Na verse banden keerde Mansell terug en kwam vijf seconden achter Senna de baan op.
Wat volgde was een zenuwslopende eindsprint: Mansell was aanzienlijk sneller, verbrak het ronderecord en bracht het verschil in twee ronden terug tot onder de twee seconden. Ondanks herhaalde aanvallen in Sainte Dévote, Mirabeau, Loews, Portier en de chicane hield Senna zijn positie vast en won met slechts 0,215 seconde voorsprong — zijn vijfde overwinning in Monaco en vierde op rij. Mansell finishte uitgeput; marshals moesten hem naar het podium helpen. Hoewel Mansell het seizoen uiteindelijk overtuigend zou winnen, bevestigde Monaco opnieuw Senna’s status als onbetwiste meester van de stadsrace.