Red Bull toont zelfvertrouwen rond snelle comeback
In dit artikel:
Red Bull begon het F1‑seizoen 2026 teleurstellend: na drie races staat de Oostenrijkse renstal pas vierde qua snelheid en heeft het in het WK‑klassement zelfs achterstand opgelopen ten opzichte van Haas en Alpine. Het team uit Milton Keynes verzamelde tot nu toe slechts zestien punten (Max Verstappen twaalf, Isack Hadjar vier), terwijl Mercedes na drie wedstrijden royaal leidt in het constructeurskampioenschap, gevolgd door Ferrari en McLaren.
De zwakke prestaties worden vooral toegeschreven aan balansproblemen van de RB22, niet aan de motor; die wordt dit jaar voor het eerst door Red Bull zelf ontwikkeld. Verstappen klaagde na de Grand Prix van Japan in Suzuka over instabiliteit en onzekerheid over de engine deployment, maar erkent dat het project nieuw is en dat de engineers hard werken.
Teambaas Laurent Mekies rekent erop dat de onverwachte raceloze periode in april benut kan worden om een snelle sprong voorwaarts te maken. Het team wil zich diep in de data buigen, simulaties uitvoeren en updates in de windtunnel en simulator uitproberen, zonder de druk van wedstrijden. Als voorbeeld van veerkracht wijst de ploeg op de tweede helft van 2025, toen Verstappen zich terugvocht tot op twee punten van de titel in Abu Dhabi.
Red Bull heeft dus zowel een flinke opgave als reële perspectieven: het gat dichten vereist ingrijpende verbeteringen aan de auto en duidelijker begrip van het nieuwe pakket, maar de ploeg vertrekt vanuit vertrouwen en de intentie om “het gewoon te blijven proberen.” De eerste meetpunten van de aanpassingen worden in Miami verwacht.