Red Bull ontkent van kamp te zijn gewisseld in motorcontroverse rond Mercedes
In dit artikel:
Red Bull Racing zegt niet van standpunt te zijn veranderd in het geschil over de compressieverhouding van de nieuwe Formule 1-motoren dit seizoen. Het team, met Max Verstappen en Isack Hadjar in de RB22 en met Ford‑gelabelde motoren ontwikkeld bij Red Bull Powertrains, stelt dat het simpelweg de procedures van de FIA volgt en streeft naar een eerlijk speelveld.
De controverse draait om een regel die eist dat de geometrische compressieverhouding bij "ambient" (omgevingstemperatuur) wordt gemeten. Mercedes ontdekte een interpretatie daarvan waarmee de verhouding in de praktijk kon stijgen van de voorgeschreven 16.0:1 naar circa 18.0:1, terwijl de motor bij hoge (circuit)temperaturen nog aan de 16.0:1‑norm zou voldoen. Dat voordeel zou op de baan tot ongeveer vier tienden per ronde opleveren en riep bezwaar op bij concurrenten Ferrari, Audi en Honda.
Aanvankelijk leek Red Bull‑Ford dezelfde maas te benutten, maar later sloot het team zich aan bij de andere fabrikanten — waardoor Mercedes geïsoleerd raakte tegenover wat soms de "bende van vier" wordt genoemd. Er staat een belangrijke stemming gepland in het Power Unit Advisory Committee; als de vier fabrikanten samen met FIA en FOM instemmen met een wijziging van de meetmethode, moet Mercedes de motor aanpassen vóór de eerste vrije training in Melbourne op 6 maart.
Technisch directeur Pierre Waché benadrukte dat Red Bull geen koerswijziging heeft gemaakt: "We volgen gewoon wat de FIA zegt." Hij wilde niet ingaan op geruchten dat Red Bull de maas in de praktijk niet kon benutten en herhaalde dat het team een eerlijke en procedurele aanpak nastreeft.
Kortom: een regeltwist over hoe compressieverhoudingen worden gemeten heeft grote sportieve gevolgen vlak voor de seizoensopening, met een politieke en technische strijd tussen motorleveranciers over interpretatie en handhaving van de regels.