Mercedes F1-motorbaas Hywel Thomas ziet voordeel voor fabrieksteams onder nieuw reglement
In dit artikel:
Mercedes-motorchef Hywel Thomas zegt dat fabrieksteams bij de aftrap van het nieuwe F1-tijdperk een natuurlijke voorsprong hebben. De Mercedes-krachtbron wordt gezien als favoriet en George Russell geldt al als serieuze titelkandidaat. Na de wintertest in Bahrein is de hiërarchie echter nog onduidelijk; McLaren, Mercedes, Ferrari en Red Bull worden algemeen beschouwd als de topvier, maar de onderlinge volgorde blijft onderwerp van discussie. De eerste echte duidelijkheid verwacht men komend weekend in Melbourne.
Belangrijk in Thomas’ verklaring is de geografische en organisatorische nabijheid tussen Mercedes HPP (de motorafdeling) en het fabrieksteam: de afdelingen liggen zo’n drie kwartier uit elkaar, wat de samenwerking en invloed op ontwikkelkeuzes vergroot. Daardoor krijgt het fabrieksteam vaak voorrang bij afwijkende wensen, ook al moeten leveranciers volgens de regels identieke hardware aan klantteams leveren. Dit verklaart deels waarom McLaren, Williams en Alpine — die dit seizoen ook een Mercedes-motor gebruiken — zich voorzichtig opstellen.
McLaren-teambaas Andrea Stella benadrukt dat alle directe concurrenten fabrieksteams zijn, en bouwt zijn strategie daarop: in de eerste seizoenshelft defensief rijden om later toe te slaan. Alpine gaf eerder aan in Bahrein mogelijk nog niet het volledige vermogen van de Mercedes-eenheid te hebben gehad; Stella noemde dat onderdeel van HPP’s leveringsstrategie. Volgens ingewijden krijgt McLaren voor de openingsrace een licht verbeterde motor. Thomas vat het praktisch samen: “De echte eerste test is de kwalificatie in Melbourne” — pas dan worden brandstofniveaus en eventuele sandbagging (het verbergen van ware snelheid) zichtbaar.