McLaren experimenteert erop los: "Het blijft allemaal een spelletje"
In dit artikel:
McLaren gebruikte de eerste testdag in Bahrein vooral om te experimenteren met de nieuwe generatie Formule‑1-auto’s, zegt technisch directeur Rob Marshall. Lando Norris zette in het laatste uur de snelste tijd en het team kwam — net als zes andere teams — boven de 100 ronden, maar die cijfers zeggen volgens Marshall nog weinig over de definitieve richting.
Het belangrijkste aandachtspunt is de afstelling van de rake: het hoogteverschil tussen voor- en achterzijde van de auto dat de luchtstroom onder de bolide en daarmee de grip en downforce beïnvloedt. De nieuwe reglementen gaan uit van een andere aero‑filosofie dan de afgelopen jaren, onder meer met afscheid van het traditionele ground effect, waardoor teams opnieuw moeten bepalen of ze de auto hoog of laag willen laten lopen, vooral aan de achterkant.
Marshall bevestigt dat McLaren verschillende instellingen uitprobeerde om inzicht te krijgen in de grenzen van de auto. Hij zegt dat een lage neus gecombineerd met een midden‑tot relatief hoge achterzijde waarschijnlijk een logische keuze is, maar noemt dat geen harde conclusie: het blijft testen en bijsturen — “je weet het nooit, misschien blijkt morgen dat weinig rake juist goed werkt.”
Kortom: prestaties op de klok en veel kilometers tonen betrouwbaarheid, maar fundamentele vragen over de optimale rake‑afstelling en aerodynamisch gedrag blijven onopgelost totdat verdere tests meer duidelijkheid geven.