Herbert in tweestrijd over nieuwe F1: "Dat zou niet zo moeten zijn"
In dit artikel:
Voormalig Formule 1-coureur Johnny Herbert beoordeelt de nieuwe reglementen als een mengeling van vooruitgang en onvolkomenheden: het chassis en de mogelijkheid om dichter naast elkaar te rijden zijn verbeterd, maar problemen rond energiebeheer, kunstmatige inhaalacties en veiligheidsrisico’s temperen het succes.
In het recente F1-seizoen is het aantal inhaalacties flink toegenomen, vooral dankzij de overtake-mode of ‘boost’-knop. Veel fans en critici vinden die acties echter kunstmatig, vergelijkbaar met het effect van DRS (tussen 2011 en 2025 gebruikt). Herbert erkent die kritiek, maar wijst erop dat ook DRS destijds iets toevoegde: “Het werkt voor mij nog steeds niet helemaal naar behoren,” zegt hij over bepaalde bochtencombinaties die hun rijbeleving verliezen door de nieuwe dynamiek.
Veiligheid kwam scherp naar voren in Japan, waar Oliver Bearman in Spoon hard crashte nadat hij moest uitwijken voor Franco Colapinto, die door batterijladen aanzienlijk vertraagde. Bearman liep een gekneusde knie op; de impact van ongeveer 50G voedde zorgen over de nieuwe krachtbronnen en hun operationele risico’s.
Herbert denkt dat ingrepen niet rigoureus hoeven te zijn: de kern van het probleem ligt volgens hem bij de manier waarop energie en vermogen worden ingezet. Als de vermogensafgifte geleidelijker en consistenter kan reageren — of door aanpassingen in batterijgebruik of capaciteit, al erkent hij de gevolgen voor gewicht en packaging — zou dat veel knelpunten oplossen. Hij prijst het chassis en de verbeterde wheel-to-wheel-actie, maar benadrukt dat de reglementen nog fijngeslepen moeten worden om zowel sportieve authenticiteit als veiligheid te waarborgen.
Kortom: de technische basis is een stap vooruit, maar om fans te behouden en de risico’s te beperken zijn vooral tweaks aan energiebeheer en power-delivery cruciaal.