Hamilton mijdt simulator na problemen in Miami: "Ineens werkt de afstelling niet!"
In dit artikel:
Lewis Hamilton bleef in Miami steken op de zesde plaats in zowel de kwalificatie als de race, een teleurstellend resultaat nadat hij in de openingsronde geraakt werd door Franco Colapinto, wat schade en verminderde prestaties tot gevolg had. Naast die incidentele schade wijst Hamilton op twee structurele problemen die zijn weekend bepaalden: een duidelijk verlies aan snelheid op de rechte stukken — "we verliezen gewoon drie tot vier tienden per ronde" — en slechte correlatie tussen simulatorwerk en wat de auto op het echte circuit doet.
Hamilton legt uit dat hij veel tijd in de simulator doorbrengt om de afstelling voor het GP-weekend voor te bereiden, maar dat de instellingen vervolgens vaak niet werken zodra men op het circuit arriveert. Dat probleem werd extra pijnlijk door het sprintweekendformat in Miami: er is slechts één vrije training en weinig gelegenheid om grote wijzigingen te testen, waardoor je met weinig ronden moet zien te corrigeren. Volgens Hamilton had hij idealiter het weekend moeten beginnen vanaf het niveau waarop Charles Leclerc stond, wat tot een sterker resultaat had geleid; hij kondigde zelfs aan tussen nu en de volgende race minder op de simulator te willen vertrouwen, verwijzend naar China als positief voorbeeld zonder simulatorwerk.
Mediafiguren als Rudy van Buren, Tim Coronel en Joris Mosterdijk bespraken kort of de vorm van Verstappen en Red Bull terugkeert, maar de kern voor Hamilton blijft: schade, rechte stukkenverlies en onbetrouwbare simulatie/afstelling zijn de belangrijkste oorzaken van zijn matige weekend.