Flavio Briatore; van skileraar tot Formule 1 met een geschat vermogen van ongeveer 400 miljoen dollar
In dit artikel:
Flavio Briatore begon zijn loopbaan niet in de autosport maar in alledaagse banen — van skileraar tot verzekeringsagent — en maakte fortuin in horeca en mode. Zijn omslagpunt kwam toen de familie Benetton hem oppikte; zij gaven hem een sleutelrol in de expansie van hun kledingmerk en in 1985 leidde hun overname van Toleman tot de entree van Benetton in de Formule 1. In 1988 stuurde Luciano Benetton Briatore naar het team om structuur en professionaliteit te brengen.
Briatore onderscheidde zich niet door technische kennis, maar door organisatievermogen, leiderschap en een neus voor talent. Hij haalde gerenommeerde technici als Ross Brawn en Rory Byrne binnen en tekende in 1991 het toen nog jonge talent Michael Schumacher. Rond Schumacher bouwde hij een winnend Benetton dat in 1994 en 1995 wereldtitels behaalde. Zijn management was hard, doelgericht en loyaal aan wie zich bewees. Bovendien zag hij Formule 1 primair als commercieel platform: hij sloot lucratieve sponsordeals, verstevigde de merkwaarde en maakte teams aantrekkelijk voor investeerders.
Na de overname door Renault bleef Briatore aan het roer en recreëerde hij succes rond Fernando Alonso, met kampioenschappen in 2005 en 2006. Tegelijk groeide zijn reputatie als machtsspelende, politiek vaardige bestuurder. Die carrière werd in 2009 ondergraven door het “crash”-schandaal rond de Grand Prix van Singapore — een doelbewuste crash met strategisch oogmerk — wat leidde tot zware sancties en het einde van zijn formele rol in F1-teams.
Sindsdien bouwde hij een luxe-imperium met restaurants, clubs, resorts, mode en vastgoed; zijn vermogen wordt geschat op circa 400 miljoen dollar (€~370 mln). Briatore blijft een polariserende figuur: briljant in commercie en talentherkenning, maar bezoedeld door controverse.