Doemscenario nieuwe F1-motoren werd werkelijkheid

woensdag, 7 januari 2026 (20:06) - Racingnews365.nl

In dit artikel:

In 2026 voert de Formule 1 niet alleen nieuwe auto’s maar ook een nieuw motorreglement in — en dat wekt herinneringen aan de invoering van de V6‑turbohybrides in 2014, die de sport in een chaotische periode stortte. Destijds waren de nieuwe krachtbronnen ontworpen om zuiniger en technologisch relevanter te zijn, maar de praktijk bracht veel onbetrouwbaarheid, dure ontwikkelingsslagen en politiek gekrakeel tussen teams en fabrikanten.

De PU’s combineerden een verbrandingsmotor met twee terugwinningssystemen (MGU‑K en MGU‑H), geavanceerde elektronica en strenge brandstof- en flowlimits. Dat maakte de eenheden technisch extreem complex: motoren vielen stil, turbo’s en elektronica faalden, en vaak strandden rijders langs de baan. Ook ontstonden veel gridstraffen en vreemde startopstellingen doordat teams motoren moesten wisselen.

Renault en Honda liepen het meest aan tegen de grenzen van die nieuwe techniek. Renaults problemen ondermijnden Red Bulls titelaspiraties en leidden tot openlijke conflicten, terwijl Honda’s terugkeer met McLaren in 2015 gepaard ging met groot vermogenstekort en onbetrouwbaarheid — Fernando Alonso noemde het destijds een “GP2 engine”. De financiële gevolgen waren even schrijnend: motorontwikkeling werd fors duurder, kleinere teams konden het nauwelijks bolwerken en sommige teams gingen failliet of hingen aan een zijden draadje.

Het dieptepunt illustreerde de impact: bij de GP van Australië 2015 stonden er door technische uitval en onvoorziene problemen slechts vijftien auto’s aan de start — een beeld dat de koningsklasse onwaardig werd geacht. Die episode toont hoe ingrijpende reglementswisselingen de sport zowel sportief als economisch kunnen ontregelen.

Of 2026 opnieuw zulke taferelen zal opleveren valt niet uit te sluiten: bij iedere grote technische omslag bestaat het risico van kinderziektes, uitval en politieke ruzies. Tegelijkertijd leren teams en fabrikantenvan eerdere fouten; de uiteindelijke uitkomst hangt af van de complexiteit van de nieuwe motorconcepten, kostenbeheersing en de snelheid waarmee teams zich aanpassen.