De waanzinnige Red Bull-uitdaging op weg naar ultiem F1-succes
In dit artikel:
Red Bull Racing bouwt vanaf 2026 zelf een Formule 1-motor, een ingrijpende stap die het team in Milton Keynes voorbereidt met een nieuwe motorenfabriek en gerichte aanwervingen bij onder andere Mercedes en Honda. Onder leiding van Christian Horner is besloten de afhankelijkheid van externe leveranciers achter zich te laten; dat verraste volgens teambaas Laurent Mekies zelfs sommige insiders. Ford levert aanvullende knowhow voor de elektrische delen van de krachtbron.
De keuze vloeit voort uit de ambitie om “ultiem succes” te behalen: niet langer beperkt zijn door de kwaliteiten van een motorleverancier maar zelf de prestaties te sturen en zo rivalen als Mercedes, Ferrari, Audi en Honda op hun eigen terrein uit te dagen. Historisch gebruikte Red Bull motoren van Renault en later Honda — met wisselend resultaat — wat de wens om volledige controle te krijgen versterkte.
Red Bull erkent dat het op lange termijn een enorme technische klus is en verwacht in 2026 niet meteen de sterkste motor te hebben. De FIA-regels geven achterblijvende leveranciers extra ontwikkeltijd, wat het team kan helpen om in te lopen. Doel voor 2026 is snel doorontwikkelen en zo spoedig mogelijk raceresultaten pakken; volgens adviseur Helmut Marko moet het team in de tweede helft van 2025 al weer voor overwinningen mee kunnen doen, en als Max Verstappen vroeg mee kan blijven, behoort zelfs een vijfde wereldtitel tot de mogelijkheden.