De gloednieuwe jagers op het succes van McLaren en Red Bull
In dit artikel:
2026 wordt een kantelpunt in de Formule 1: nieuwe auto’s en motoren met een gelijke verdeling tussen verbrandingsmotor en batterij (50/50), eerste testweek vanaf 26 januari in Barcelona en de seizoensopener op 8 maart in Australië. In dat veranderde landschap stappen twee fabrikanten als fabrieksteams in: Audi en Cadillac.
Audi, dat in 2022 zijn intrede aankondigde, neemt het bestaande Sauber‑project over en blijft werken vanuit Hinwil (Zwitserland). Tegelijk ontwikkelt het merk motorontwikkelingen in Duitsland en ontvangt het aanzienlijke investeringen van het Qatarese QIA. Audi bouwt voort op race‑ervaring elders (zoals de Dakar‑zege van Carlos Sainz sr. in 2024) en wil een gestage opbouw naar topniveau; het team wordt geleid door Jonathan Wheatley en beschikt over Nico Hülkenberg en jong talent Gabriel Bortoleto. Het streven is op termijn voor titels mee te doen, met 2030 als een realistisch target volgens betrokkenen.
Cadillac kwam via een moeizame route in de koningsklasse terecht nadat General Motors de rol vergrootte en het Andretti‑voorstel eerst werd afgewezen. Het team ontwikkelt auto’s in de VS en Groot‑Brittannië, maar gebruikt aanvankelijk Ferrari‑motoren als klantenteam; een eigen GM‑powerunit staat voor 2029 gepland. Cadillac haalde ervaren rijders Sergio Pérez en Valtteri Bottas binnen en werkt onder leiding van Graeme Lowdon, met Nick Chester en Pat Symonds op technisch vlak. Beide teams hopen onder de nieuwe regels snel aan te haken bij het succes van gevestigde namen als McLaren en Red Bull.