De F1-auto die zo snel was dat hij verboden werd

zondag, 19 april 2026 (20:20) - Racingnews365.nl

In dit artikel:

De Brabham BT46B, Gordon Murray’s beruchte 'fan car', verscheen slechts één keer in de Formule 1 — maar liet meteen een grote indruk en veel controverse achter. De wagen ontstond in 1978 uit nood: Lotus’ nieuwe Type 79 genereerde via ground-effect enorme downforce waar andere teams geen antwoord op hadden. Brabham kon geen conventionele sidepod-tunnels toepassen omdat de brede Alfa Romeo vlak‑12 te veel ruimte innam, dus Murray koos voor een radicale oplossing.

In plaats van de luchtstroom onder de auto aerodynamisch te vormen, monteerde hij achteraan een grote ventilator, rechtstreeks aangedreven door de motor, die lucht uit een afgesloten onderkant zuigde. Dat leverde een enorme, toerenafhankelijke downforce — de auto zakte opmerkelijk in de vering bij accelereren. Murray hield het binnen de regels door te stellen dat de ventilator primair voor koeling diende; een deel van de capaciteit voedde een boven de motor geplaatste radiator.

Op 17 juni 1978 in Anderstorp kwalificeerde Niki Lauda de BT46B vooraan en won de Zweedse Grand Prix met een voorsprong van 34,6 seconden. Rivalen reageerden fel: onder meer Mario Andretti en Lotus-baas Colin Chapman klaagden over gevaarlijke effecten en mogelijke rondvliegende rommel. Technische tegenargumenten van Murray weerlegden een deel van die claims, maar de onrust was groot.

Bernie Ecclestone, zowel Brabham‑eigenaar als hoofd van de constructors‑vereniging, trok na die ene race de auto terug omdat rivalen met boycots dreigden en hij politieke escalatie wilde vermijden. De FIA verbood later expliciet fan cars. Lauda zelf vond de wagen onaangenaam vanwege de extreme zijdelingse krachten. De BT46B blijft een kortstondig maar belangrijk voorbeeld van hoe innovatie, regelgeving en politiek elkaar in de Formule 1 onherroepelijk beïnvloeden.