Charles Leclerc gelooft niet in simulator-theorie van Lewis Hamilton: "Daar zit het verschil niet"
In dit artikel:
In Canada lieten Charles Leclerc en Lewis Hamilton tegengestelde weekenden zien: Hamilton kende een sterk raceweekend op het Circuit Gilles Villeneuve en werd tweede, terwijl Leclerc pas vierde werd en ruim een halve minuut achter zijn teamgenoot finishte. Hamilton had vooraf aangekondigd dat hij minder op de Ferrari-simulator vertrouwde en weer meer op traditionele voorbereiding wilde inzetten; Leclerc gelooft echter niet dat dat het hoofdverklaring is voor het onderlinge verschil.
De Monegask stelde dat afstelkeuzes per saldo maar beperkt effect hebben — hooguit een tiende — en dat zijn probleem vooral voortkwam uit gebrek aan gevoel en vertrouwen in de SF-26. Omdat hij zich niet comfortabel voelde, durfde hij de auto niet maximaal op de limiet te rijden, wat volgens hem een sneeuwbaleffect veroorzaakte en hem veel snelheid kostte. Leclerc benadrukte dat het niet zo was dat de afstelling hem tegenhield nadat hij al vol had gepusht; het ontbrak hem simpelweg aan vertrouwen om alles uit de bolide te halen.
Voormalig F1-coureur Ralf Schumacher omschreef Hamiltons optreden als zeer sterk en viel op hoeveel vertrouwen de Brit uitstraalde tijdens het raceweekend. Schumacher ziet Hamilton daardoor als een kandidaat om ook in Monaco goed te presteren, al wijzen statistieken erop dat resultaten in het prinsdom niet automatisch volgen uit één sterk optreden: Hamilton heeft Monaco niet altijd in zijn voordeel beslist, en de laatste bekende overwinning op zijn teamgenoot daar dateert van 2023 toen hij nog bij Mercedes reed.
Kortom: in Canada draaide het volgens Leclerc meer om persoonlijk comfort en rijgevoel dan om simulatorgebruik of afstelling; Hamilton oogde zelfverzekerd en leverde, Leclerc worstelde met vertrouwen — een verschil dat in de nauwe marges van de hedendaagse Formule 1 al snel groot zichtbare gevolgen heeft.