BAR 01: de moeder aller gespleten F1-auto's
In dit artikel:
Cadillac kiest voor een asymmetrisch ontwerp voor zijn nieuwe livery — een opvallende keuze omdat zo’n tweekleurige aanpak in de Formule 1 vrijwel niet meer voorkomt; de laatste vergelijkbare poging dateert van eind jaren ’90 bij British American Racing (BAR).
Het verhaal van BAR begon toen Craig Pollock in 1997 Tyrrell overnam met steun van tabaksconcern British American Tobacco. In 1999 werden de deuren geopend van het nieuwe team, met Pollock als teambaas, Adrian Reynard als technisch directeur en Jacques Villeneuve als kopman. Reynard liet de BAR 01 bouwen in een nieuwe fabriek bij Brackley; met rijke sponsoren (Lucky Strike en 555) en een wereldkampioen aan boord waren de ambities torenhoog.
Voor de presentatie op 6 januari 1999 had BAR een ongebruikelijk marketingplan: twee compleet verschillende kleurstellingen, één voor Villeneuve in Lucky Strike-wit/zwart/rood en één voor Ricardo Zonta in 555-blauw/geel. Dat plan botste echter op FIA-regels die eisten dat auto’s van hetzelfde team vrijwel identiek waren. BAR reageerde creatief: een gespleten livery waarbij de linkerhelft Lucky Strike droeg en de rechterhelft 555, gescheiden door een soort ‘rits’ op de neus. Monteurs kregen half-en-half overalls; de coureurs hielden hun eigen sponsorkleuren.
Visueel leverde het een van de meest memorabele motorjassen van de sport op, maar op de baan viel alles tegen. De verwachtingen waren hooggespannen — zelfs suggesties dat Albert Park meteen gewonnen kon worden — maar de realiteit was genadeloos. De seizoensopener in Australië liep uit op een debacle: grote achterstanden in kwalificatie, een achtervleugel die brak bij Villeneuve met een zware crash tot gevolg, en mechanische pech bij Zonta. Het bleek geen incident: Villeneuve kende in 1999 elf opeenvolgende uitvallers door hydraulica-, versnellingsbak- en aandrijfassenproblemen; pas bij GP twaalf in België finishte hij weer (P15). Het team sloot het jaar af zonder punten; het beste resultaat was P7 door invaller Mika Salo na Zonta’s zware crash in Brazilië. BAR eindigde elfde van de elf constructeurs, achter ook nog eens Arrows en Minardi.
In 2000 werd de gimmick geschrapt. BAR koos een eenvoudige, strakke Lucky Strike-livery (wit/zwart/rood) die professioneler oogde en beter aansloot bij de ambities van het team. Die vereenvoudiging leidde snel tot betere resultaten: beide rijders scoorden punten in de seizoensopener van 2000 en de Lucky Strike-uitstraling bleef lange tijd het gezicht van het team. Hoewel BAR uiteindelijk nooit een Grand Prix won, leverde het later wel vijftien podiumplaatsen en in 2004 een tweede plaats bij de constructeurs op. Na een overname door Honda in 2005 en de transformaties via Brawn kwam die erfgoedlijn uiteindelijk uit bij het moderne Mercedes-team.
De BAR 01 fungeert als waarschuwend voorbeeld: creatieve marketing en sponsorbelangen kunnen fraaie visuele statements opleveren, maar zonder betrouwbare techniek en realistische verwachtingen vallen ambities snel in duigen — al zorgt zo’n gewaagde livery wel voor een blijvende plek in de F1-anekdotiek.